Kleine blusmiddelen

Kleine blusmiddelen (zoals brandblussers en slanghaspels) vormen een belangrijke brand preventieve voorziening. Ook de brandweer zal eisen stellen aan de aanwezigheid van blusmiddelen. Naast de aanwezigheid van voldoende blusmiddelen is de praktijktraining van het personeel in het gebruik hiervan belangrijk.

Projectering van blusmiddelen:
Een algemene richtlijn is één brandblusser per 200 m2 vloeroppervlak, opgehangen op een goed bereikbare en aangegeven plaats. Tevens dient elke plaats in het bedrijf bereikbaar te zijn met minimaal één straal water. Voor grotere ruimten is er een vuistregel dat vanaf iedere locatie tenminste 2 blusmiddelen zichtbaar moeten zijn. Branden zijn te verdelen naar typen en voor ieder type brand is er een specifiek blusmiddel. Een brand in de hoogspanningsruimte kan beter niet met water geblust worden en broei kan nauwelijks met een draagbare blusser geblust worden. Als leidraad is er de volgende lijst: 

Brandklasse

Aard van de brand

BLUSSTOF

Water

ABC-poeder

BC-poeder

CO2

Schuim

A

Branden van vaste stoffen van hoofdzakelijk organische oorsprong, die in het algemeen onder gloedvorming verbranden.

Oppervlaktebrand van stoffen, die bij verbranding vlammen, zoals hout, papier, textiel, enz.

++

++

....

....

++

Kernbrand in stoffen, die bij verbranding gloeien, zoals hout, steenkool en poetskatoen.

++

+

--

--

++

Brand in balen katoen, papier, hooi, rieten dak en andere vettige stoffen.

-

--

--

--

++

Brand van stoffen, die bij verhitting gemakkelijk ontleden, zoals schuimrubber en andere kunststoffen.

....

++

....

....

+

 

B

Branden van vloeibare of vloeibaar wordende stoffen

Brand van vloeistoffen, die niet met water mengbaar zijn, zoals benzine, olie, verf.

X

++

++

+

++

Brand van vloeistoffen, die met water mengbaar zijn, zoals alcohol.

+

++

++

+

-

Brand van vaste stoffen, die bij verhitting vloeibaar worden, zoals vet en asfalt.

--

++

++

+

-

C

Branden van gassen

Branden van uitstromende gassen.

--

++

++

+

--

Branden van gassen, die ontstaan bij inwerking van water op stoffen zoals carbid.

X

++

++

-

X

D

branden van metalen

Branden van magnesium kalium en aluminium en de legering van deze metalen.

X

-

--

X

X

NIET geclassificeerd branden in of nabij elektrische apparatuur, die onder spanning staat

Branden van schakelborden, generatoren, transformatoren, enz. Het betreft hier vaak een klasse A-brand.

X

+

....

+

X

++ Zeer goed bruikbaar, + Goed bruikbaar, .... Bruikbaar, - Matig bruikbaar,
-- Slecht/onbruikbaar, X Gevaarlijk

Is het nodig om zowel brandblussers als slanghaspels in een bedrijf te installeren? Over het algemeen: ja. Een brandblusser en een slanghaspel hebben ieder specifieke voordelen. Een brandblusser is eenvoudig mee te nemen naar de vuurhaard en kan daarom snel ingezet worden. De hoeveelheid blusmiddel, spuithoogte en bedieningsgemak zijn echter gelimiteerd.

Een slanghaspel heeft een ongelimiteerde hoeveelheid water tot zijn beschikking. Het uitrollen van de slang zal echter tijd in beslag nemen. Ondanks bevriezingsgevaar is het mogelijk slanghaspels te installeren in onverwarmde magazijnen. Er zijn slanghaspels in de handel waarbij de toevoerleiding verwarmd wordt (zgn. tracing). Een alternatief is om op strategische plaatsen verrijdbare bluskarren met 50 kg. blusmiddel te plaatsen. De hoeveelheid blusmiddel is hierbij minder gelimiteerd dan bij een standaard brandblusser van 9 kg. De toepasbaarheid van het alternatief is echter afhankelijk van verschillende factoren.
Het gebruik van poederblussers kan mogelijk tot nevenschade leiden. Het poeder is licht van gewicht en verspreidt zich over een groot oppervlak. De poeder is hygroscopische en corrosief. Als bij een brand ook water toegepast wordt kan dit tezamen met de bluspoeder tot corrosie in metalen onderdelen leiden. Met name elektronische apparatuur is gevoelig voor deze vorm van (neven)schade.
Daarom is het van belang om een plan te maken voor de projectering van de kleine blusmiddelen. Uw installateur kan u hierover meer vertellen.

 

Tips voor het plaatsen van kleine blusmiddelen:

  • hang kleine blusmiddelen altijd goed zichtbaar op. Het liefst in of bij vluchtwegen zoals gangen, trappen en nooduitgangen. Zorg er wel voor dat de vluchtweg niet te smal wordt. Voorkom plaatsing in dode hoeken en te dicht bij risico-objecten. Markeer de plaats van kleine blusmiddelen met pictogrammen;
  • hang draagbare brandblussers niet te hoog, de blusser moet makkelijk van de beugel gehaald kunnen worden. Voorkom dat mensen boven hun macht moeten tillen om het apparaat te kunnen pakken;
  • hang slanghaspels op een hoogte van 1 tot 1,5 meter. Dit om het uitrollen van de slang te vergemakkelijken;
  • controleer na verbouwingen of de kleine blusmiddelen nog op de juiste plaats hangen;
  • zorg ervoor dat er voldoende druk op de waterleiding aanwezig is om twee slanghaspels tegelijkertijd van water te kunnen voorzien;
  • sluit een jaarlijks onderhoudscontract af met de leverancier.

 

Voorbeeld van een CO2 blusser.

Voorbeeld van een poederblusser.

Voorbeeld van een schuimblusser.

Voorbeeld van een kast waarbij slanghaspel en brandblusser samen geïnstalleerd zijn.

Voorbeeld van een verrijdbare bluskar.

Pictogrammen voor de markering van kleine blusmiddelen.

Hannover Risk Consultants B.V.

Postbus 925
3000 AX Rotterdam
Westblaak 14
3012 KL Rotterdam

tel: +31 10 40 36 328

Handige links

The Talanx Group