Wist u...

Onderstaande items zijn in de praktijk vaak bij inspecties geconstateerd en worden veelal veroorzaakt door leemten in kennis, en niet door onwil.

Dat de meeste blusapparaten binnen 20 seconden leeg zijn.

Dat acculaders het zeer brandbare waterstofgas produceren.

Dat vele bedrijven na een grote brand failliet gaan.

Dat onbrandbaar polystyreen niet bestaat.

Dat de arbeidsinspectie boetes uit kan delen indien u geen BHV organisatie heeft.

Dat een brandmeldinstallatie geen branden blust.

Dat pallets tegen de buitengevel een verhoogd brandrisico vormen (brandstichting).

Dat gebouwen door een brandende prullenbak volledig kunnen afbranden.

Dat inbraak kan resulteren in brandstichting.

Dat compartimentering volgens de brandweer voor de veiligheid/bescherming van uw mensen is.

Dat compartimentering vaak ondermijnd wordt d.m.v. keggen.

Dat brandslanghaspels vaak onvoldoende waterdruk hebben.

Dat vaak het verkeerde type blusmiddel wordt opgehangen.

Dat ongetrainde mensen (in kleine blusmiddelen) een brand vaak niet kunnen blussen.

Dat beginnende branden vaak door eigen (getraind) personeel worden geblust.

Dat opslag van brandgevaarlijke stoffen volgens richtlijnen dient te gebeuren.

Dat bepaalde vloeistoffen bij lekkage een gevaarlijke reactie kunnen veroorzaken.

Dat medewerkers voorlichting moeten krijgen wanneer ze met chemische stoffen omgaan.

Dat spuitbussen zich tijdens een brand gedragen als een bom en een groot gevaar vormen voor de brandbestrijding.

Dat een luchtbehandelinginstallatie de ’longen’ van het bedrijf zijn en tijdens een brand voor ongewenste rookverspreiding kunnen zorgen.

Dat schachten tijdens een brand het schoorsteeneffect vertonen.

Dat vluchtwegen vaak geblokkeerd zijn.

Dat werknemers vaak niet weten wat te doen bij brand.

Dat het bedrijf of de instelling verantwoordelijk is voor de veiligheid van de werknemers, bezoekers, etc.

Dat een veilige werkomgeving productief werkt en dat werknemers met meer plezier naar hun arbeidsplek gaan.

Dat laagspanningsruimten afgesloten moeten zijn.

Dat verdeelkasten deugdelijk afgedicht en afgeschermd moeten zijn.

Dat laagspanningsruimten een verzorgde indruk moeten maken.

Dat elektriciteitskasten moeten zijn afgesloten.

Dat bedieningsschakelaars en noodstopschakelaars goed bereikbaar moeten zijn.

Dat het gebruik van verlengsnoeren zo min mogelijk mag plaatsvinden.

Dat aan de bedieningszijde van schakel- en verdeelinrichtingen voor laagspanning, over de gehele lengte een vrije ruimte van minimaal 2 meter hoog en 0,75 meter breed beschikbaar moet zijn.

Dat het tevens van belang is dat het looppad naar de schakelkast vrij is.

Dat men bij een calamiteit snel bij de hoofdschakelaar moet kunnen komen.

Dat deuren of deksels van schakel- en verdeelinrichtingen waarin zich direct aanraakbare spanningvoerende delen bevinden, altijd moeten zijn afgesloten en slechts kunnen worden geopend door middel van een sleutel of speciaal gereedschap. Dit om indringen van stof en vocht te voorkomen.

Dat een gasfles gevuld met een tot vloeistof verdicht gas altijd rechtop gebruikt behoort te worden.

Dat acetyleenflessen rechtop gebruikt moeten worden. Als dit onmogelijk is, is maximaal 30 graden toegestaan.

Dat het geforceerd verwarmen van gasflessen met bijvoorbeeld een gasbrander, verwarmingsunits of direct zonlicht absoluut niet is toegestaan.

Dat gascilinders deugdelijk moeten worden vastgezet in al dan niet verplaatsbare rekken of tegen een muur, om beschadiging te voorkomen.

Dat gasflessen rechtop opgeslagen moeten worden en tegen omvallen moeten worden beschermd.

Dat u een gasfles nooit mag optillen aan de beschermkap.
   
Dat u de beschermkap niet mag verwijderen vóór de fles is vastgezet en klaar is voor gebruik.

Dat aan een drukcilinder nooit mag worden gelast.

Hannover Risk Consultants B.V.

Postbus 925
3000 AX Rotterdam
Westblaak 14
3012 KL Rotterdam

tel: +31 10 40 36 328

Handige links

The Talanx Group