Spuitcabines

In spuitcabines wordt vaak met brandgevaarlijke vloeistoffen gewerkt die bovendien verneveld worden. Deze damp en de vloeistoffen kunnen door een kleine ontstekingsbron tot ontbranding komen. Een dergelijke brand breidt zich snel uit waarbij een grote hoeveelheid warmte vrijkomt. Gezien het gevaar van ontsteking dient aandacht besteed te worden aan de plaatsing van de spuitcabine en de lakkluis, alsmede het veilig werken met deze vloeistoffen.

De plaats van een spuiterij en/of lakkluis in het bedrijf is deels bepalend voor het risico. De onderstaande richtlijnen gelden voor de plaatsing:

  • bij voorkeur dienen de spuitcabine en de lakkluis in een apart pand, op veilige afstand van de overige panden, onder gebracht te worden. Indien dit niet gerealiseerd kan worden dienen de spuitcabine en lakkluis brandwerend te zijn afgescheiden (muren van metselwerk, een dak van beton en de eventueel aanwezige dragende staalconstructie dient voorzien te zijn van brandwerende bekleding). De toegangsdeuren dienen zelfsluitend te zijn. De branddeuren (indien van toepassing) dienen voorzien te worden van kleefmagneten (aangesloten op de brandmeld- of sprinklerinstallatie), smeltzekeringen of deurdrangers. Er dient regelmatig gecontroleerd te worden dat de deuren niet in open toestand geblokkeerd worden (bijvoorbeeld met wiggen of verfblikken). Leidingdoorvoeren dienen brandwerend afgedicht te zijn met een brandwerende pasta, wurgmanchetten of m.b.v brandkleppen;
  • eventuele ramen dienen bij voorkeur in de buitenmuur aangebracht te zijn (en niet in binnenwanden);
  • de spuitcabine en lakkluis moeten voorzien worden van voldoende afzuiging. De afzuiging dient automatisch in werking te treden als er gespoten wordt (een interlock);
  • de spuitcabine en lakkluis dienen voorzien te worden van een explosieveilige elektrische installatie en/of gesloten armaturen (ATEX richtlijnen);
  • elektriciteitsschakelaars dienen buiten de spuitruimte en lakkluis geplaatst te worden of dienen van een explosieveilige uitvoering te zijn;
  • indien de spuitruimte en lakkluis verwarmd moeten worden, dient een warmwater verwarmingssysteem toegepast te worden;
  • de bulkvoorraad brandgevaarlijke vloeistoffen dient bij voorkeur buiten op ruime afstand van het bedrijf opgeslagen worden. Deze opslag dient plaats te vinden in een zg "PGS-ruimte". De liggende (en geopende) vaten met brandgevaarlijke vloeistoffen dienen voorzien te zijn van metalen zelfsluitende kranen. Om het ontstaan van statische elektriciteit tijdens uitstroom van vloeistoffen te voorkomen, dienen de vaten voorzien te worden van aarding. De lakkluis dient te beschikken over een opvangmogelijkheid voor onvoorzien uitstromende vloeistoffen. Kunststof IBC 's moeten voor de opslag van brandbare vloeistoffen vermeden worden, omdat dergelijke vaten bij een kleine brand al kunnen smelten waarna een grote hoeveelheid vloeistof vrijkomt.

In een spuiterij en lakkluis moeten minimaal de volgende veiligheidsmaatregelen te zijn genomen:

  • spuiten mag uitsluitend in de spuiterij plaatsvinden;
  • in de spuiterij en in de lakkluis mag niet gerookt worden;
  • van huis meegebrachte muziekinstallaties mogen gezien het aanwezige ontstekingsgevaar niet in de spuitcabine of in de nabijheid van de spuitcabine gebruikt worden;
  • brandgevaarlijke werkzaamheden mogen niet in de spuitcabine of in de lakkluis uitgevoerd worden. In de spuitcabine en lakkluis dient uitsluitend gebruik gemaakt te worden van vonkvrij gereedschap.

Bij spuiterijen is brand door broei in de filters een reëel risico. Broei kan ontstaan doordat er gedurende lange tijd diverse lagen verf met of op elkaar gaan reageren. Daarom is het van belang om minimaal de onderstaande maatregelen te treffen teneinde het broeirisico te minimaliseren:

  • filters van de afzuiginstallatie dienen regelmatig vervangen te worden. Gezien het gevaar van broei dienen gebruikte filters direct uit het bedrijf verwijderd te worden of bewaard te worden in metalen gesloten containers (drums);
  • zorg ervoor dat er nooit watergedragen lakken en oplosmiddelen-gedragen lakken op hetzelfde filter kunnen komen. Dit is sterk risicoverhogend vanwege de verschillende dampdichtheden;
  • de dampafzuigleidingen dienen met regelmaat gecontroleerd te worden op het ontstaan van brandbare afzetting. Na jarenlang gebruik van een spuitcabine is het niet ondenkbaar dat zich door het filter heen een brandbare afzetting in de dampafzuigleiding gevormd heeft. Een brand in de dampafzuigleiding is nagenoeg niet te bestrijden en kan een dakbrand veroorzaken. Het is het meest waarschijnlijk dat brandbare afzetting condenseert op een plaats waar het het koudst is. Dit betekent in de regel dat de controle op de aanwezigheid van brandbare afzetting het best kan plaatsvinden op het dak. Indien de dampafzuigleidingen vervuild zijn, dient een schoonmaakfrequentie door het bedrijf zelf vastgesteld te worden;
  • controleer minimaal ieder half jaar de ventilatoren op afzetting. Vooral axiaal aangedreven ventilatoren kennen een verhoogde kans op schade;
  • het is verstandig om de filterkast van de spuiterij te beveiligen middels één of meerdere sprinklerkoppen, bijvoorbeeld aangesloten op de waterleiding en te allen tijde voorzien van een flow-switch met doormelding. 

Huishouding is bij spuiterijen een belangrijk onderdeel van schade preventie. Volg onderstaande preventiemaatregelen:

  • oplosmiddelen voor het reinigen van spuitgereedschap dienen uitsluitend in afsluitbare metalen bakken opgeslagen te worden;
  • vervuilde oplosmiddelen dienen dagelijks afgevoerd te worden;
  • vervuilde filters, poetslappen en verfresten dienen buiten het bedrijf opgeslagen te worden in een geschikte afsluitbare container of in een metalen afgesloten drum bewaard te worden;
  • brandbare vloeistoffen in de spuiterij dienen beperkt te blijven tot een dagvoorraad. Deze dagvoorraad moet op lekbakken geplaatst zijn.

Een geluidsbox in een ruimte die explosieveilig zou moeten zijn is een potentiële ontstekingsbron.

Hannover Risk Consultants B.V.

Postbus 925
3000 AX Rotterdam
Westblaak 14
3012 KL Rotterdam

tel: +31 10 40 36 328

Handige links

The Talanx Group