Branddetectie

Automatische branddetectiesystemen worden geplaatst om personeel in geval van brand tijdig te waarschuwen en om de brandschade te beperken. Snelle detectie is bij een brand essentieel. Hoe sneller de brand bij de brandweer bekend is, hoe effectiever de ontruiming en de daarop volgende blusactie. Tijdswinst is cruciaal. Alleen bij een zeer snelle melding (en repressief optreden) kan de schade beperkt blijven. 
 
Waar kan een automatisch branddetectiesysteem toegepast worden?
 
Een automatisch branddetectiesysteem detecteert een brand, maar blust hem niet. Als we van een betrouwbaar branddetectiesysteem spreken, is niet alleen de kwaliteit van de installatie belangrijk. Ook de omgeving waar het systeem in geïnstalleerd is, is van belang alsmede de snelheid van alarmopvolging. Na het ontstaan van een brand mag deze zich niet snel voortplanten. Dit om personeel tijd voor vluchten te geven en te voorkomen dat als de brandweer ter plaatse is, het bedrijf al deels in de as ligt. Met betrekking tot schadebeperking kan een betrouwbaar automatisch branddetectiesysteem alleen in bedrijven toegepast worden die voorzien zijn van betrouwbare brandscheidingen of in bedrijven waar de vuurbelasting laag en de verwachtte branduitbreidingssnelheid gering is. 
 
Hoe wordt een branddetectiesysteem correct ontworpen en aangelegd?
 
Zoals gezegd dient een branddetectiesysteem een brand in een zeer vroeg stadium te signaleren. Ook moet bepaald worden wat het doel van het systeem is; schadebeperking of vluchtweg detectie. Voor het vastleggen van criteria, inspectie frequentie, certificering en daarmee verband houdende zaken wordt verwezen naar de internetsite van Het CCV (www.hetccv.nl). De richtlijn voor de aanleg van automatische brandmeldsystemen in Nederland is NEN2535 (die verder verwijst naar NEN-EN 54). 
 
Wat is een automatisch branddetectiesysteem?
 
Een brandmeldinstallatie is een systeem bestaande uit detectoren, bedrading en een alarm- en doormeldcentrale welke nodig zijn voor het detecteren van brand, het melden van brand en het geven van stuursignalen ten behoeve van andere installaties. Een automatische brandmeldinstallatie bestaat uit de volgende onderdelen:
 
1. Brandmelders
Omdat een brand zich manifesteert met een aantal verschillende kenmerken, kan men verschillende detectiemethoden benutten t.b.v. een brandmeldsysteem.
 
De belangrijkste drie verschijnselen met de daarop gebaseerde automatische brandmelders zijn:
• rook (rookmelder): ionisatie rookmelder, optische rookmelder;
• warmte (thermische melder): maximaalmelder, differentiaalmelder;
• straling (stralingsmelder): U.V. (ultra violet) melder, I.R. (infrarood) melder.

Ionisatie rookmelder
 
In de melder bevindt zich een kamer waarin de lucht d.m.v. een radioactief element geleidend wordt gemaakt (geïoniseerd). Door het aanbrengen van een spanningsverschil over deze ionisatiekamer gaat een elektrisch stroompje vloeien. Indien rookdeeltjes in de ionisatiekamer van de melder doordringen, heeft deze invloed op de stroomsterkte. Deze verstoring wordt d.m.v. de elektronica tot een brandmelding verwerkt.
 
Optische rookmelder
 
In een ‘donkere kamer’ in de melder is een infrarode lichtbron en een voor infrarood gevoelige cel aangebracht. De constructie van de melder is zodanig dat er in de rusttoestand geen infraroodstraling op het opvangelement valt. Indien rook in de ‘donkere kamer’ binnendringt vindt er een reflectie plaats van infrarode straling op de rookdeeltjes, zodat de hiervoor gevoelige fotocel infraroodstraling ontvangt. Als gevolg hiervan zal de detector een brandmelding aan de brandmeldcentrale doorgeven.
 
Thermo-Maximaalmelder
 
Een temperatuurgevoelig onderdeel (bv. een temperatuurgevoelige weerstand), welke deel uitmaakt van een elektronische schakeling, zorgt bij overschrijding van een vastgestelde temperatuur voor een brandalarm.
 
Thermo-Differentiaal melder
 
Door middel van een combinatie van twee temperatuurgevoelige elementen waarvan er een in zekere mate thermisch is geïsoleerd, wordt d.m.v. een schakeling gerealiseerd dat alleen een brandmelding wordt geproduceerd bij overschrijding van een bepaalde temperatuurstijging per tijdseenheid. Deze melders zijn tevens uitgerust met een thermo maximaal alarm.
 
U. V. en I.R. melders
 
De constructie van deze melders is gebaseerd op voor verschillende frequentiegebieden (ultraviolet en infrarood) stralingsgevoelige elementen.
 
Lijnmelders
 
Voorgaande opsomming geeft alleen meldprincipes weer van de verschillende typen melders, uitgevoerd als puntdetector. Uiteraard zijn vele variaties in uitvoering en werkingsprincipe mogelijk. Met name van de typen maximaalmelder en optische rookmelder is ook apparatuur verkrijgbaar, uitgevoerd als lijnmelder.
Het verschil tussen lijn- en puntmelder is, dat een puntmelder alleen ter plaatse van de melder (het apparaat zelf) detecteert, terwijl de lijnmelder kan detecteren op elke willekeurige plaats tussen twee punten, te weten:
• in geval van brand kan een infrarode straal tussen een zender en een ontvanger beïnvloed worden door rook- of luchttrillingen;
• een twee aderige kabel waarvan de isolatie bij een bepaalde temperatuur snel smelt, kan d.m.v. de ontstane kortsluiting een brand detecteren (detectiekabel).

Naast de automatische brandmelders mogen de niet-automatische brandmelders (handbrandmelders) in de installatie niet ontbreken. De mens kan nl., mits aanwezig, een brand in de meeste gevallen sneller ontdekken dan de automatische detectieapparatuur, ondanks de kwaliteit van de huidige generatie detectoren. 
 
Air sampling systeem (VESDA)
 
Om in een zeer vroeg stadium rook te kunnen detecteren, kan gebruik gemaakt worden van een air sampling systeem (zoals VESDA: Very Early Smoke Detection Apparatus). Hierbij kan de rook bij een beginnende brand al gedetecteerd worden voordat het zichtbaar is. Het principe van het systeem berust op de aanzuiging van lucht via een leidingnetwerk dat in de beveiligde ruimte is geïnstalleerd. Een pomp zorgt voor de luchtaanvoer. Deze lucht wordt allereerst gefilterd en vervolgens in de detectiekamer gebracht. Een lichtbron test op de aanwezigheid van rook. Met deze methode kan een grote meetnauwkeurigheid gerealiseerd worden.
 
Dit systeem wordt o.a. toegepast in cleanrooms, computerruimten en ook in koel- en vriescellen. Een voordeel van de laatste toepassing is dat de brandmelder buiten de ruimte geplaatst kan worden.

Principe van een air sampling systeem. Lucht wordt via een leidingnetwerk afgezogen naar meetapparatuur.

Voorbeeld van een cleanroom.

2. Brandmeldcentrale
De brandmeldcentrale is het onderdeel van de installatie dat dient voor de verwerking van de uit de detectoren ontvangen signalen. Tevens zorgt de brandmeldcentrale voor de systeembewaking en signalering.

3. Doormeldsysteem t.b.v. brand en storingssignalen
Een brandmeldinstallatie zonder goede organisatie is van weinig waarde. Een brandmeldsysteem kan namelijk een begin van brand detecteren en signaleren maar niet blussen. Het is dus van het grootste belang dat het brandsignaal via een betrouwbaar doormeldsysteem daar terecht komt waar de blusactie wel georganiseerd wordt. Een goede brandmeldinstallatie is dus voorzien van een alarm doormeldsysteem naar de brandweer of een permanent bemande alarmcentrale.
 
In grote lijnen geldt hetzelfde voor de storingssignalen, zoals die door de systeembewaking zouden kunnen worden geproduceerd. Uiteraard ligt de prioriteit van de acties in geval van storing op een iets lager niveau.
 
Hoe werkt een branddetectiesysteem?
 
Indien een automatische melder een brand detecteert wordt dit op de brandmeldcentrale zichtbaar en hoorbaar gesignaleerd. Op de brandmeldcentrale wordt tevens aangegeven uit welk deel van het gebouw de melding afkomstig is.
 
Op hetzelfde moment worden er intern een aantal maatregelen genomen, er worden bijvoorbeeld selectief personeelsleden opgeroepen via een personenzoekinstallatie. Er kunnen echter ook een aantal van tevoren vastgestelde sturingen worden verricht zoals: alarmsignaal, afschakeling ventilatiesystemen, dichtsturen branddeuren enz.
Ook is het mogelijk om met een brandmeldinstallatie blussystemen aan te sturen
(bv. blusgasinstallaties, deluge en pre action sprinklersystemen).
 
Via het doormeldsysteem komt de brandmelding in de meldkamer van de brandweer terecht. Bij het object gearriveerd kan de brandweer op basis van de informatie welke op de brandmeldcentrale wordt gepresenteerd, de juiste actie ondernemen.
 
Enkele belangrijke overwegingen
 
Het is van belang om het doel van een brandpreventieve voorziening vast te stellen.

Als het doel de veiligheid van personeel en bezoekers is, kan veelal voldaan worden met een automatisch brandmeldsysteem. Daarbij moet bedacht worden dat schade preventie (het beperken en bestrijden van de brand) afhankelijk is van menselijk ingrijpen door bijvoorbeeld BHV of brandweer.

Als het doel schadepreventie is, dan is de functie van een automatisch brandmeldsysteem mogelijk te beperkt. Voor schadebeperking is het systeem afhankelijk (zoals bovenstaand reeds vermeld) van externe factoren zoals brandweer, opkomstsnelheid, watervoorziening etc. Voor schadebeperking kan veelal beter gekeken worden naar automatische blussystemen zoals gasblusinstallaties en sprinklersystemen.

Hannover Risk Consultants B.V.

Postbus 925
3000 AX Rotterdam
Westblaak 14
3012 KL Rotterdam

tel: +31 10 40 36 328

Handige links

The Talanx Group